Oriëntatie
Goedemiddag allemaal! Ik wil graag de vingers zien als je ervan houdt om te zingen? Daarna vraag ik hoeveel liedjes de leerlingen uit hun hoofd denken mee te kunnen zingen en geef een aantal leerlingen de beurt om dat te vertellen. Aan het einde van dit jaar gaan jullie een musical opvoeren en ik wil alvast het aanleren van een liedje met jullie oefenen omdat jullie er straks een hele hoop moeten kunnen zingen!
Uitleg
Terwijl ik straks het liedje met jullie zing gebruik ik een paar gebaren. Als ik naar jullie wijs beginnen jullie mee te zingen. Als ik een hakkende beweging maak houden jullie op met zingen. Als ik een deel van de klas aanwijs zingt alleen die groep mee. Als ik mijn handen van onder naar boven beweeg zingen jullie dat stuk een stuk harder dan de rest. Daarna herhaal ik op willekeurige volgorde de gebaren en vraag ik de klas tegelijk te zeggen wat de betekenis is van dat gebaar. Dit herhaal ik tot alle leerlingen de correcte betekenissen kennen. Ik wil dat jullie niet gaan kletsen tussen het zingen door, anders leren we dit liedje nooit helemaal.
Instructie
We beginnen met wat oefeningen, ga allemaal maar staan met je voeten op schouderbreedte en een rechte rug. Als alle kinderen in de goede houding staan vraag ( en doe) ik de kinderen om hun hand op hun buik te houden en een denkbeeldige kaars uit te blazen. En nu een kat wegjagen "ksssssst!"
Straks ga ik de eerste keer het liedje voorzingen en daarna wil ik van jullie weten wat we met een dronken zeeman moeten doen? En op welk tijdstip is deze zeeman al dronken?
Ik zing het liedje de eerst keer voor. Let goed op want de tekst is in het engels, ik vraag de klas mij te vertellen welke vragen ze na het zingen moeten beantwoorden.
Ik vraag de kinderen om nog 1 keer alle gebaren te benoemen.
"Daar gaan we!"
couplet 1
What shall we do with the drunken sailor? What shall we do with the drunken sailor? What shall we do with the drunken sailor? Early in the morning. (refrein)Hoo -ray en up she rises Hoo -ray en up she rises Hoo -ray en up she rises Early in the mor ning
Couplet 2
Put him in the longboat till he's sober, Put him in the longboat till he's sober, Put him in the longboat till he's sober, early in the mor ning. (refrein)Hoo -ray en up she rises Hoo -ray en up she rises Hoo -ray en up she rises Early in the mor ning
Couplet 3
That's what we will do with the dronken sailor, That's what we will do with the dronken sailor, That's what we will do with the drunken sailor early in the morning?(refrein)Hoo -ray en up she rises Hoo -ray en up she rises Hoo -ray en up she rises Early in the mor ning (refrein)Hoo -ray en up she rises Hoo -ray en up she rises Hoo -ray en up she rises Early in the mor ning!
Als ik klaar ben met zingen stel ik de vragen nog een keer"wat doen we met een dronken zeeman? (op een bootje zetten)Op welk tijdstip is de zeeman uit het liedje al dronken? ( s'ochtens vroeg)
Ik ga het liedje nog een keer zingen maar deze keer zingen jullie het refrein met mij mee, en als ik dit gebaar maak " beweegt handen van onder naar boven" zingen jullie...? ( harder) en als ik jullie aanwijs?( gaan zingen) Een hakkende beweging maak? ( stoppen met zingen) Op dit punt zet ik de tekst van het liedje op het digibord.
Ik zing het liedje nog een keer en bij het refrein wijs ik de kinderen aan en bij de Hoo signaleer ik de kinderen om harder te zingen. Als dit goed ging geef ik complimenten en gaan we verder met de volgende stap, zo niet herhalen we dit stuk.
Dit keer zing ik het eerste stukje van het couplet voor en zingen jullie de rest van het couplet met mij mee, het refrein kunnen jullie dus die doen jullie ook mee!
Ik zing: what shall we do with the drunken sailor 1 keer, daarna wijs ik de hele klas aan om mee te zingen. Stop signaal na het eerste refrein. Daarna zing ik " put him in the longboat till he's sober" en wijs de klas aan om weer mee te zingen tot het einde van refrein 2. Ik zing" That's what we will do with the drunken sailor"en geef daarna weer een signaal om mee te zingen.
Als het goed ging weer complimenten, minder goed nog een keer herhalen.
Op dit punt verdeel ik de groep in 3 gelijke groepen en vraag ik wat het signaal voor een deel van de groep is ( groep aanwijzen) Dit keer gaan we het nummer samen zingen, bij de coupletten wijs ik per herhaling van de zin een groepje aan om te zingen.
Als het goed ging mogen de kinderen elkaar een applaus geven.
Afsluiting
Ik begin met een aantal vragen aan de klas " Wat voor gevoel kregen jullie bij dit liedje? Wat betekende dat voor de manier waarop je zong? Wie vind het een leuk liedje? Wat vonden jullie goed gaan? Wat kon er nog beter? Daarna vertel ik welke onderdelen naar mijn mening goed gingen en op welke onderdelen er de volgende keer extra goed gelet moeten worden. Afsluiten met een laatste ronde complimenten!
Bronvermelding
Vrolijk, R (2013) Nieuw geluid. Groningen: Noordhoff Uitgevers.
Haverkort, F., Lei, R. van der., &Noordam, L. (2010) Eigen-wijs (2e druk). Born: Stichting ter bevordering van de Muzikale Vorming
Kim op de Pabo
zaterdag 24 oktober 2015
Ingezongen lied: Drunken Sailor
Bronvermelding
Haverkort, F., Lei, R. van der., &Noordam, L. (2010) Eigen-wijs (2e druk). Born: Stichting ter bevordering van de Muzikale Vorming
Haverkort, F., Lei, R. van der., &Noordam, L. (2010) Eigen-wijs (2e druk). Born: Stichting ter bevordering van de Muzikale Vorming
vrijdag 23 oktober 2015
Luisteropdracht
Stappenplan luisteropdracht
Liedje:
Stap 1
De betekenis van het nummer ligt bij mij op de associaties, gevoelens en sfeer.
In de vorm vind ik herhaling en variatie terug.
Van de klankeigenschappen hoor ik het meeste terug, in de klankduur hoor ik maat en ritme. De melodie bepaalt grotendeels de klankhoogte. De klanksterktes verschillen in het nummer. Ik kon een aantal diverse klankkleuren terug horen.
Tijdens het luisteren heb ik de analytische, creatieve en de motorische luisterstijl toegepast
Stap 2
Ik denk dat kinderen vooral motorisch, creatief en sociaal naar muziek luisteren. Met mijn luisteropdracht wil ik kinderen leren om op een analytische manier naar muziek te luisteren.
Stap 3
De opdracht is om de stukken van de grafische partituur op de juiste volgorde te leggen, daarvoor moet er heel aandachtig naar de muziek geluisterd worden. Het eerste stukje van de partituur geef ik weg door het eerste stukje van de muziek samen door te nemen. Ook vertel ik welke geluiden voor de balken staan omdat die naar mijn mening het lastigste zijn om terug te horen in de muziek. ( de grafische partituur word 3 keer herhaald met een minieme variatie, ik laat telkens alleen de eerste 24 sec horen om het niet te lastig te maken)
Als de leerlingen hier erg snel klaar mee zijn krijgen ze de opdracht om van alle figuren de klank te benoemen.
Stap 4
De leerlingen zijn aan het luisteren, analyseren en de stukjes partituur aan het ordenen.
Stap 5
De didactische werkvorm is het luisteren en lezen van de grafische partituur.
Stap 6
De leerlingen doen de opdracht in groepjes van 4 aangezien ik denk dat het best een lastige opdracht kan zijn, zeker als de leerlingen nog nooit eerder op een analytische wijze naar muziek hebben geluisterd.
Stap 7
Als opening loop ik de klas binnen met een zwaard en schild van het hoofdkarakter van de spellen serie waar het nummer uit komt, en vraag ik wie van de leerlingen weet wie ik voorstel. Ook vraag ik of er leerlingen zijn die wel eens computerspellen spelen en specifiek bij welke spellen ze de muziek mooi vinden.Wat maakt een liedje mooi voor de leerlingen? Daarna begin ik te vertellen dat de leerlingen een liedje gaan proberen te ontleden aan de hand van de stukjes partituur die ze krijgen. Voordat ik de muziek op zet vraag ik de leerlingen in groepjes van 4 te verzinnen waar de symbolen voor kunnen staan en hoe ze denken dat de muziek klinkt.( harde tonen, zachte tonen, lange, kort enz). Deze opdracht is ter voorbereiding van de hoofdopdracht. Ik hoop dat de leerlingen hierdoor wat dieper na zullen denken over de mogelijke betekenissen van symbolen en daardoor tijdens het maken van de opdracht sneller een symbool terug kunnen horen in de muziek. Hierna doe ik de attributen weer af om afleiding te voorkomen.
Stap 8
Als alle leerlingen de partituur op een volgorde hebben gelegd vraag ik stukje voor stukje waar ze denken dat de partituur moest komen en waarom. Als een leerling een stukje verkeerd heeft gelegd vraag ik een andere leerling die het antwoord goed heeft waarom dat stukje partituur op die plek hoort. Ook vraag ik wat ze de eerste keer van het stukje muziek vonden en of dat verschilde van de laatste keer dat ze het hoorden.
Stap 9 Zie reactie hieronder
Stap 10 Stap 1 heb ik iets verduidelijkt door aan te geven dat de interpretaties op mijn eigen mening zijn gebaseerd. Ik heb de opdracht veranderd van groepjes van 2 naar groepen van 4 man. De link naar het nummer is nu geimbed. Bij stap 3 'verklap' ik nu 1 symbool om de opdracht wat te vergemakkelijken.De overloop van stap 7 heb ik iets versoepeld door het dragen van de kleding uit het spel te koppelen aan het luisteren naar muziek. Aan het einde van de uitleg doe ik de attributen af om afleiding te voorkomen. Ook heb ik bij stap 7 wat verder uitgewerkt waarom ik de leerlingen eerst zelf laat bedenken waar de symbolen voor staan.
Bronvermelding
Vrolijk, R (2013). Nieuw geluid. Groningen: Noordhoff Uitgevers.
Gvlf
Lesvoorbereidingsformulier Beeldend
1 onderwijs doel
Betekenis
Een kunstenaar maakt een werk met een bepaald doel voor ogen, bijvoorbeeld het overbrengen van een tafereel of een emotie. De kijker kan dingen zien zoals ze bedoeld zijn of er een hele andere interpretatie aan over houden. Op de eerste, morfologische blik kijk je naar wat je ziet, de kleuren, compositie en welke gevoelens dit teweeg brengt. Daarna kijk je naar wat het voorstelt, wat is het dat je ziet, wat beeld het uit? Wat zou het kunnen betekenen? Als laatste stap probeer je vanuit het oogpunt van de kunstenaar te kijken, wat heeft hij of zij met het werk bedoeld? Welke diepere, onderliggende betekenis heeft hij of zij over willen brengen?
Een beeld kan heel verschillend zijn. Als het realistisch is, is het waarheidsgetrouw. Bij het surrealisme is het juist precies andersom, het is helemaal verzonnen. Bij een abstract werk word er naar iets onaantastbaarst verwezen, het gaat meer om een idee of begrip. Een concreet beeld lijkt hierop, het beeld is wat het is maar verwijst niet direct naar iets. Bij iets non figuratiefs is er niets herkenbaars uit de wereld aanwezig. Een impressionistisch werk is gebaseerd op de werkelijkheid, maar de kunstenaar vormt het naar zijn of haar eigen ideeën. Het expressionisme lijkt op het impressionisme maar is veel meer op emotie geuit, en kan dus ook weinig op de realiteit lijken.
Vorm
De vorm is de verzameling van visuele aspecten die een beeld tot geheel maken. Bij vorm kijk je naar: vorm, kleur, ruimte, textuur en compositie.
Bij kleur kijk je naar de verschillende gebruikte kleuren. Bij ruimte naar hoe het werk is opgebouwd, waar ligt de horizon in een werk met een landschap, is het werk beeld omvattend? Textuur kan je zien of werkelijk voelen bij een een driedimensionaal werk. Bij de compositie kijk je naar de plaatsing van dingen in het beeld, staat het onderwerp is het midden of juist niet?
Materiaal/techniek
Materie zegt iets over de materialen die zijn gebruikt, verf, potlood, schildersdoek of bijvoorbeeld metaal. Verschillende materialen hebben hele andere eigenschappen en er moet ook anders mee te werk worden gegaan. Kinderen kunnen op het strand honderd verschillende dingen met zand en water doen. Materiaal kan volgend of dwingend zijn, aquarel verf loopt uit en is niet geheel bedwingbaar. Een beeldhouwwerk kan alleen worden gemaakt door er delen vanaf te halen, bij een schilderwerk komt er juist steeds meer bij. Al doende leert men met verschillende materialen en technieken te werken en er beter in te worden.
Beschouwing
Voordat een kunstenaar aan zijn werk begint denkt hij of zij eerst goed na. Hoe wil ik het werk vormen en betekenis geven? De kunstenaar zoekt naar voorbeelden die hem of haar inspiratie kunnen geven. De beschouwing kan van te voren plaatsvinden, maar ook tijdens het werken.
Werkwijze
Onder de werkwijze worden alle stappen die in het proces worden genomen bedoeld. Het hanteren met materiaal met verschillende soorten gereedschap. Je kan bestaande technieken toepassen of zelf iets verzinnen. De motoriek is van groot belang en word tijdens het werken ook beïnvloed.
Onderzoek
Tijdens het werken aan een beeld maak je constant keuzes over hoe je verder wil gaan. Deze bewuste keuzes maken jouw onderzoek. Zelfs het mengen van kleuren tot de juiste kleur hoort hierbij. je probeert verschillende technieken uit met verschillende materialen.
2 lesopbouw
Voorbereiding
Betekenis: iedereen moet wel eens ergens op wachten. Vorm: keuze uit diverse houdingen. Materie: spatel, klei en mes zijn voor de leeftijdscategorie van toepassing. Beschouwing: Het stimuleren van het denken over div houdingen en het laten zien van afbeeldingen ter inspiratie. Onderzoek: Het voor laten doen van div houdingen. Werkwijze: Het uitleggen en laten zien hoe de materialen te gebruiken en de keuze uit 2 technieken. Reflectie: Het vragen van gerichte vragen over de werkwijze en de uiteindelijke beelden.
Oriëntatie
Introductie
Hallo allemaal, vandaag gaan wij met klei iets maken. Wie heeft dat wel eens gedaan en wat heb je toen gemaakt? Weten jullie ook met wat voor soort klei je toen hebt gewerkt? Op welke manier deed je dat toen? Als de leerlingen weer rustig zijn vraag ik ze " wie van jullie heeft wel eens ergens op moeten wachten, steek je vingers maar op?" Waar wachtte je toen op? ik wijs een aantal kinderen om de beurt aan om antwoord te geven.vervolgens vraag ik "in welke houding wacht je het liefste?" als je iets weet mag je het om de beurt voor doen. Als de meeste leerlingen hun houding hebben laten zien gaat iedereen weer op de stoel zitten. " Zoals ik al zei gaan we met klei werken, we gaan onze eigen wachtende houding uitbeelden!
Informatie
De kleisoort waar we mee gaan werken is grove chamotteklei. Deze klei moet je af en toe een beetje nat maken omdat de klei uitdroogt en hard kan worden, en dan kan je er niet goed meer mee werken. Je kan er straks voor kiezen om steeds een beetje klei van je beeld af te halen, net als een steenhouwer. Of je kiest ervoor om losse onderdelen te maken en die aan elkaar te kleien. Wie heeft er tot nu toe vragen? Beantwoorden daar waar nodig
Instructie
Ik pak een stuk hardboard en een stuk klei. Ik heb hier een paar potten met gereedschap staan, ik zal even voordoen wat je daar mee kan doen. Ik leg het hardboardje op tafel en leg de klei in het midden. Ik vertel erbij dat je de klei goed in het midden moet leggen omdat je dan de meeste ruimte hebt om mee te werken. Ik laat zien hoe het mes en de spatels werken en doe je ze kan gebruiken. Met het mes kun je lastig te bereiken plekken weghalen en met de spatel kan ik die plekken vormen en gladmaken. Ik doe het even voor en loop er een rondje mee door de klas zodat iedereen het goed kan zien. Ik zet op het digibord een aantal voorbeelden van makkelijke wachtende houdingen en vraag de klas of iedereen al een idee heeft over welke houding ze willen maken en vertel dat als ze niets weten 1 van de voorbeelden kunnen kiezen. Ik vraag of er nog vragen zijn. Als alles beantwoord is mogen de leerlingen in een rij gaan staan en de materialen pakken.
Begeleiding/Uitvoering
Terwijl de leerlingen de spullen pakken en aan de slag gaan kijk ik eerst rond of alle leerlingen de klei goed in het midden hebben liggen en elk groepje de materialen heeft en of iedereen is begonnen. Als er leerlingen zijn die moeite hebben met een begin te maken loop ik daar eerst heen om te vragen waar ze moeite mee hebben en help ze daarmee. Daarna ga ik langs te tafels lopen om tips/complimenten te geven. Terwijl ik rondloop let ik op de processen van de leerlingen en op de motoriek. Een half uur voordat de tijd om is vertel ik dat ze nog 30 min hebben. Ik blijf rondjes lopen en helpen tot 5 minuten voor het einde, dan vertel ik de leerlingen dat ze nog 5 minuten hebben om alles af te ronden ( met 5 minuten uitloop). Terwijl de leerlingen bezig zijn stel ik af en toe vragen als: Hoe kun je verveling uitbeelden? Hoe ziet een houding in rust eruit? Wat is het verschil met een actieve houding? Ik denk dat de leerlingen de meeste moeite zullen hebben met het vormgeven van het lichaam in de juiste proporties en houdingen. De minimum eisen zijn dat de figuren hebben: voeten, benen, torso, armen, handen, nek en een hoofd.
Terwijl de leerlingen de spullen pakken en aan de slag gaan kijk ik eerst rond of alle leerlingen de klei goed in het midden hebben liggen en elk groepje de materialen heeft en of iedereen is begonnen. Als er leerlingen zijn die moeite hebben met een begin te maken loop ik daar eerst heen om te vragen waar ze moeite mee hebben en help ze daarmee. Daarna ga ik langs te tafels lopen om tips/complimenten te geven. Terwijl ik rondloop let ik op de processen van de leerlingen en op de motoriek. Een half uur voordat de tijd om is vertel ik dat ze nog 30 min hebben. Ik blijf rondjes lopen en helpen tot 5 minuten voor het einde, dan vertel ik de leerlingen dat ze nog 5 minuten hebben om alles af te ronden ( met 5 minuten uitloop). Terwijl de leerlingen bezig zijn stel ik af en toe vragen als: Hoe kun je verveling uitbeelden? Hoe ziet een houding in rust eruit? Wat is het verschil met een actieve houding? Ik denk dat de leerlingen de meeste moeite zullen hebben met het vormgeven van het lichaam in de juiste proporties en houdingen. De minimum eisen zijn dat de figuren hebben: voeten, benen, torso, armen, handen, nek en een hoofd.
Nabeschouwing
Als iedereen klaar is mogen ze hun werkstuk bij mijn tafel neer zetten en de materialen schoonmaken/opruimen. Na de pauze gaan we het werk evalueren.
Na de pauze zitten de leerlingen weer op hun plek en vraag ik de klas hoe ze het vonden om met de chamotteklei te werken. Welke techniek hebben ze gebruikt? vingers voor het klei eraf halen, vingers voor de losse onderdelen aan elkaar kleien en vingers voor de leerlingen die allebei de technieken hebben gebruikt. Welke verschillen zijn er tussen de werken?Ik vraag de klas welk beeld naar hun mening het duidelijkst lijkt op iemand die aan het wachten is en waarom. Daarna vraag ik hoe ze hun eigen werk vinden, wat is er goed gelukt en met lukte er minder goed? Ik benoem een paar ideeën/technieken die ik goed vond van de leerlingen. Daarna vraag ik de leerlingen om 2 werkstukken aan te wijzen die het meeste van elkaar verschillen. Daarna 2 werken die samen aan het wachten zouden kunnen zijn. Zijn er werken die iets van deze onderdelen missen? (voeten, benen, torso, armen, handen, nek of hoofd) Komt dat omdat deze onderdelen aan het zicht onttrokken zijn? Als laatste geef ik iedereen complimenten op hun werk en zeg dat ze goed hun best hebben gedaan.
Evaluatie
Ik vertel kort welke beelden voldoen aan het hebben van alle lichaamsdelen ( indien de delen verstopt zitten is dit ook goed. Bijvoorbeeld handen die tussen de oksels worden gehouden) Welke beelden origineel en zelf bedacht zijn ( niet mijn voorbeelden gebruikt, niet een andere leerling zijn werk afgekeken). Ik eindig met de beelden die duidelijk de wachtende houding hebben. Bij de werken waar dat niet duidelijk is vertel ik wat er anders gedaan had kunnen worden om dit wel voor elkaar te krijgen.
Evaluatie
Ik vertel kort welke beelden voldoen aan het hebben van alle lichaamsdelen ( indien de delen verstopt zitten is dit ook goed. Bijvoorbeeld handen die tussen de oksels worden gehouden) Welke beelden origineel en zelf bedacht zijn ( niet mijn voorbeelden gebruikt, niet een andere leerling zijn werk afgekeken). Ik eindig met de beelden die duidelijk de wachtende houding hebben. Bij de werken waar dat niet duidelijk is vertel ik wat er anders gedaan had kunnen worden om dit wel voor elkaar te krijgen.
Bronvermelding
Jakobse, A., & Onna, J. van (2013). Laat maar zien. Groningen: Noordhoff Uitgevers.
donderdag 22 oktober 2015
Grafische partituur
Grafische partituur
Titel: Song of Storms van Nintendo
Bij deze grafische partituur is het de bedoeling dat de leerlingen naar het nummer luisteren en de grafische partituur volgen.
Legenda:
=Bass
=Bekken
=Draaiorgel
=Draaiorgel ( iets ronder van geluid)
=Draaiorgel Vrolijk, R (2013) Nieuw geluid. Groningen: Noordhoff Uitgevers.
woensdag 21 oktober 2015
Monument der wachtende
Reflectieformulier beeldend
onderwijs
Opdrachtomschrijving: Monument der wachtende
Naam Student: Kim Boudewijn
Component:
Betekenis
Eerst heb ik nagedacht over hoe ik er zelf bij sta of zit als ik ergens zit te wachten. Ik besloot mijzelf na te maken als ik wacht en geen haast heb. Ik zag een station voor mij, alle banken waren bezet en ik besloot om op de grond te gaan zitten. Zelf zit ik liever dan dat ik sta, zeker als ik langdurig op dezelfde plek moet blijven.
Laag 1: Het ziet er klein, grijs en compact uit.
Laag 2: het stelt een mens voor die voorovergebogen zit, met de knieën over elkaar en met de ellebogen op de benen rustend het hoofd vasthoud.
Laag 3: Het verwijst naar een houding van rust, de persoon staat niet op het punt om iets te gaan doen maar is afwachtend.
Vorm
Het is een driedimensionaal werk, iets hoger dan breed.
Het beeld is grijskleurig
Het heeft een ruimte innemende vorm, bevat geen lijnen.
Het beeld heeft een ruwe textuur op sommige plekken, en andere plekken is het juist glad.
Het beeld is vanuit alle hoeken en composities te bekijken
Materie
Ik heb met papier, houtskool, chamotteklei, spatel en een kleimes gewerkt. Met houtskool heb ik eerder gewerkt, maar nog nooit om mee te schetsen. Dit vond ik prettig werken, niet teveel naar de details kijken en de basisische compositie op stellen. Ik vond het erg leuk en uitdagend om met klei te werken. De laatste keer dat ik met klei heb gewerkt was met fimoklei, het was erg leuk om te ervaren hoe anders ik nu naar het materiaal kijk. Ik vond het een fijne kleisoort om mee te werken, erg stevig en toch ook makkelijk vormbaar. Het werken naar de waarneming vond ik ook fijn, als ik iets goed dacht vorm te hebben gegeven hoefde ik het beeld maar een stukje te draaien om meteen verbeterpunten te zien. Bij deze opdracht had ik geen extra materialen nodig.
Materie
Ik heb met papier, houtskool, chamotteklei, spatel en een kleimes gewerkt. Met houtskool heb ik eerder gewerkt, maar nog nooit om mee te schetsen. Dit vond ik prettig werken, niet teveel naar de details kijken en de basisische compositie op stellen. Ik vond het erg leuk en uitdagend om met klei te werken. De laatste keer dat ik met klei heb gewerkt was met fimoklei, het was erg leuk om te ervaren hoe anders ik nu naar het materiaal kijk. Ik vond het een fijne kleisoort om mee te werken, erg stevig en toch ook makkelijk vormbaar. Het werken naar de waarneming vond ik ook fijn, als ik iets goed dacht vorm te hebben gegeven hoefde ik het beeld maar een stukje te draaien om meteen verbeterpunten te zien. Bij deze opdracht had ik geen extra materialen nodig.
Beschouwing:
Eerst heb ik uit mijn hoofd geprobeerd om een schets te maken, ik vond het erg lastig om de verhoudingen goed te krijgen en heb toen een klasgenoot gevraagd om van mijzelf in de wachtende houding een foto van boven, voren en links te maken als aanknopingspunt. In de les hoorde ik dat er 2 technieken zijn om met klei te werken, je haalt er stukken af of je plakt er stukken aan, ik besloot om van mijn basisfiguur stukken af te halen.
Werkwijze
Het materiaal klei was mij al bekend, ik heb wel voor het eerst de techniek van het eraf halen geprobeerd. Ik vond het prettig materiaal om mee te werken, met mijn handen kon ik bijna alles doen dat ik wilde, het in de goede vorm duwen, gladwrijven, klei weghalen. Op het punt dat ik met mijn vingers niet op de juiste plek kon komen omdat het te gedetailleerd werd heb ik met een spatel en een kleimes vlakken weg gehaald en gladgewreven.
Onderzoek:
Ik ben begonnen met het maken van een aantal schetsen om een 3d beeld te krijgen .
Met de klei was mijn eerste stap om het ongeveer in de juiste basisvorm te vormen. Ik gaf het beeld een hoofd, armen en benen. dit leek mij het makkelijkste om aan verder te werken. Tijdens deze stap ben ik het beeld al rond gaan draaien om te zien of de basis wel van alle kanten klopte.
Op dit punt kwam ik erachter dat het met alleen meen handen niet meer ging lukken, langs de armen moest het dieper uitgesneden worden en dat heb ik met een kleimes gedaan. Meteen daarna ging ik er met een spatel overheen om de textuur weer glad te krijgen.
Billen en een ruggengraat De handen heb ik er wel bijgeplakt
Wat vind je geslaagd? Leg uit.
Het eindresultaat ben ik wel tevreden over, het is een duidelijke mensvorm in de juiste proporties. De linkerarm en de handen vind ik goed gelukt, de elleboog is goed gevormd en de handen zijn heel simpel maar toch ook expressief.
Wat kon beter? Waarom?
Van de zijkant hadden de billen wat meer aanwezig mogen zijn, de rug loopt nu teveel over in de benen. De rechterarm bolt iets teveel naar binnen wat het gevoel geeft dat de arm gebroken is. Het binnenstuk bij de benen vind ik te plat geworden, ik kon er niet goed genoeg bij om de benen meer definitie te geven. Door de tijdsdruk ben ik ook helemaal vergeten dat ik er nog 2 voeten aan had moeten maken.
Bronvermelding
Jakobse, A.,& Onna,J van (2013) Laat maar zien. Groningen: Noordhoff Uitgevers
Bronvermelding
Jakobse, A.,& Onna,J van (2013) Laat maar zien. Groningen: Noordhoff Uitgevers
Het monster van Loch Ness
Reflectieformulier beeldend
onderwijs
Opdracht: Loch Ness ansichtkaart
Naam student: Kim Boudewijn
Component:
Betekenis
Eerst ben ik na gaan denken over wat ik eng vind en dacht daarom aan de horror films die ik eng vind. Dit hielp niet, ik vind dingen eng als ze nog onbekend zijn en ik kan geen vage tekening maken. Daarnaast is alles in het donker enger. Aangezien de opdracht het Loch Ness monster is ben ik naar reptielenplaatjes gaan zoeken,reptielen zijn eng vanwege hun ogen en hun huid. Nadat ik op google een hele hoop plaatjes had gezien besloot ik om zelf iets te verzinnen.
Laag 1: Het ziet er voornamelijk donker uit. Er zijn een hoop verschillende patronen en veel gekras. Een ronde vorm bijna in het midden.
Laag 2: Het is een close-up van de kop van een reptielachtig dier in het donker.
Laag 3: Het beeld verwijst naar angst, het onbekende en is surrealistisch.
Vorm
De vormsoort is 2 dimensionaal beeld. Het bevat een ruimte omvattende vorm, bestaat vrijwel volledig uit lijnen.
De aanwezige kleuren lopen van wit met grijstinten tot bijna zwart. het werk bestaat veelal uit contrasten.Dit zie je goed bij het oog. De functie is om de kijker meer op het beeld zelf te laten focussen.
De textuur geeft dit beeld het ruimtelijke aspect, donkerdere gebieden kunnen dieper liggen, huid overlapt zich. Dit zie je goed bij de huidstructuren. Het beeld omvat de ruimte.
In de compositie vind je een uitsnede van een kop met overal versieringen ( huid) en veel patronen.
Materie
Ik heb met papier, oost-Indische inkt, een kroontjespen, water en een wattenstaafje gewerkt. In het begin vond ik het heel lastig materiaal om mee te werken, ik had het nog nooit eerder gedaan. Als ik net de pen weer in de inkt had gedoopt kwam er in het begin weer een dikke lijn, dit vond ik erg lastig omdat ik wel overal even strakke lijnen wilde hebben. Dit materiaal dwong mij om het te volgen in plaats van andersom. Ik had liever met karton gewerkt omdat het papier snel ging bobbelen door de inkt, ook scheurde het papier bijna toen ik wat meer aan het krassen was.
Beschouwing
Ik heb als onderzoek eerst een hele hoop verschillende foto's van reptielen opgezocht. Ik heb specifiek naar huidpatronen en ogen gekeken, en dat met wat ik eng vond in mijn achterhoofd. De engste plaatjes vond ik de reptielen waar maar een deel van te zien was , specifiek de close-ups van de koppen. Ik vond niets dat ik geschikt vond en besloot om zelf een fantasie reptiel te maken. Voor de textuur besloot ik met patronen te gaan werken. voor de diepte besloot ik gebieden te gaan arceren. Ook kon ik door gebieden dichter op elkaar te arceren ze een donkerdere kleur geven.
Werkwijze
Dit materiaal was helemaal nieuw voor mij, ik heb eerst op een kladblaadje geoefend met verschillende manieren van arceren, wat er met de dikte van mijn lijnen gebeurde als ik net weer nieuwe inkt had gepakt. Ik vond het heel lastig om met het onvoorspelbare van de inkt te werken. In het begin dacht ik dat het uitmaakte hoe schuin ik de pen vasthield, maar daar ben ik niet achtergekomen. Arceren vond ik door dezelfde reden erg lastig, wilde ik een stukje van donker naar lichter laten gaan, kwam er alleen maar een dikke lijn uit en werd alles zwart. Ik heb wel ontdekt dat als de inkt wel goed meewerkte ik het heel leuk vond om al "krassend"steeds meer leven diepte en textuur aan te brengen.
Onderzoek
Mijn eerste probeersel tijdens de les
Ik vond hem erg lelijk en ook helemaal niet eng en besloot om thuis overnieuw te beginnen.
Eerst heb ik met mijn kroontjespen wat verschillende technieken uitgeprobeerd. Daarna probeerde ik een enge oogvorm te maken. Ook besloot ik hier om een ruimte omvattend beeld te maken.
Vervolgens ben ik op een nieuw vel met het oog en de buitenlijn van de kop begonnen. Verder heb ik een paar vage lijnen neergezet waar ik wilde dat de huidplooien zouden komen zodat ik later wat meer houvast zou hebben. Het oog heb ik voor de compositie expres niet precies in het midden gedaan om het beeld minder statisch te maken.
Op dit punt besloot ik om verschillende patronen uit te proberen en om vormen van grote te laten verschillen om zo diepte, contrast en textuur een te brengen. hier kon ik ook meer kleurnuances aanbrengen. De beleving van de huid van een reptiel beschouw ik als eng, daarom heb ik daar mijn focus op gelegd.
Als laatste stap ben ik alles gaan arceren, de iris om de pupil heen. Dikker en strakker op elkaar in de donkere en diepe gebieden en lichter en verder van elkaar in de gebieden die wat meer uitsteken om nog meer diepte en contrast toe te kunnen voegen. Als allerlaatste ben ik met een vochtig wattenstaafje over de donkerdere gebieden heen gegaan, maar behalve dat het wat donkerder werd doordat het papier vochtig werd zag ik niet veel verschil en ben ik daar snel mee opgehouden.
Wat vind je geslaagd? leg uit.
Ik vind vooral de laatste stap erg geslaagd, het arceren heeft het beeld voor mijn gevoel veel meer echtheid gegeven, het verbaasde mij hoeveel leven ik erin kon brengen door simpelweg streepjes dichterbij en verder van elkaar te zetten.
Wat kon beter?Waarom?
Het oog vind ik niet rond genoeg, hij is iets te ovaal naar beneden toe geworden en de arcering in het oog vind ik te streperig geworden. De lichtere kleuren had ik liever lichter gehad, maar dat is mij vanwege de onvoorspelbaarheid van de inkt niet gelukt. Ik had duidelijkere contrasten willen maken tussen die dieper gelegen huid en de oppervlakkige huid. Ik had ook minder verschillende patronen moeten gebruiken, het is nu een beetje druk geworden en ik denk dat het beeld enger was geworden als ik dat niet had gedaan.
Bronvermelding
Jakobse, A.,& Onna,J van (2013) Laat maar zien. Groningen: Noordhoff Uitgevers
Bronvermelding
Jakobse, A.,& Onna,J van (2013) Laat maar zien. Groningen: Noordhoff Uitgevers
Abonneren op:
Posts (Atom)
































