Reflectieformulier beeldend
onderwijs
Opdracht: Loch Ness ansichtkaart
Naam student: Kim Boudewijn
Component:
Betekenis
Eerst ben ik na gaan denken over wat ik eng vind en dacht daarom aan de horror films die ik eng vind. Dit hielp niet, ik vind dingen eng als ze nog onbekend zijn en ik kan geen vage tekening maken. Daarnaast is alles in het donker enger. Aangezien de opdracht het Loch Ness monster is ben ik naar reptielenplaatjes gaan zoeken,reptielen zijn eng vanwege hun ogen en hun huid. Nadat ik op google een hele hoop plaatjes had gezien besloot ik om zelf iets te verzinnen.
Laag 1: Het ziet er voornamelijk donker uit. Er zijn een hoop verschillende patronen en veel gekras. Een ronde vorm bijna in het midden.
Laag 2: Het is een close-up van de kop van een reptielachtig dier in het donker.
Laag 3: Het beeld verwijst naar angst, het onbekende en is surrealistisch.
Vorm
De vormsoort is 2 dimensionaal beeld. Het bevat een ruimte omvattende vorm, bestaat vrijwel volledig uit lijnen.
De aanwezige kleuren lopen van wit met grijstinten tot bijna zwart. het werk bestaat veelal uit contrasten.Dit zie je goed bij het oog. De functie is om de kijker meer op het beeld zelf te laten focussen.
De textuur geeft dit beeld het ruimtelijke aspect, donkerdere gebieden kunnen dieper liggen, huid overlapt zich. Dit zie je goed bij de huidstructuren. Het beeld omvat de ruimte.
In de compositie vind je een uitsnede van een kop met overal versieringen ( huid) en veel patronen.
Materie
Ik heb met papier, oost-Indische inkt, een kroontjespen, water en een wattenstaafje gewerkt. In het begin vond ik het heel lastig materiaal om mee te werken, ik had het nog nooit eerder gedaan. Als ik net de pen weer in de inkt had gedoopt kwam er in het begin weer een dikke lijn, dit vond ik erg lastig omdat ik wel overal even strakke lijnen wilde hebben. Dit materiaal dwong mij om het te volgen in plaats van andersom. Ik had liever met karton gewerkt omdat het papier snel ging bobbelen door de inkt, ook scheurde het papier bijna toen ik wat meer aan het krassen was.
Beschouwing
Ik heb als onderzoek eerst een hele hoop verschillende foto's van reptielen opgezocht. Ik heb specifiek naar huidpatronen en ogen gekeken, en dat met wat ik eng vond in mijn achterhoofd. De engste plaatjes vond ik de reptielen waar maar een deel van te zien was , specifiek de close-ups van de koppen. Ik vond niets dat ik geschikt vond en besloot om zelf een fantasie reptiel te maken. Voor de textuur besloot ik met patronen te gaan werken. voor de diepte besloot ik gebieden te gaan arceren. Ook kon ik door gebieden dichter op elkaar te arceren ze een donkerdere kleur geven.
Werkwijze
Dit materiaal was helemaal nieuw voor mij, ik heb eerst op een kladblaadje geoefend met verschillende manieren van arceren, wat er met de dikte van mijn lijnen gebeurde als ik net weer nieuwe inkt had gepakt. Ik vond het heel lastig om met het onvoorspelbare van de inkt te werken. In het begin dacht ik dat het uitmaakte hoe schuin ik de pen vasthield, maar daar ben ik niet achtergekomen. Arceren vond ik door dezelfde reden erg lastig, wilde ik een stukje van donker naar lichter laten gaan, kwam er alleen maar een dikke lijn uit en werd alles zwart. Ik heb wel ontdekt dat als de inkt wel goed meewerkte ik het heel leuk vond om al "krassend"steeds meer leven diepte en textuur aan te brengen.
Onderzoek
Mijn eerste probeersel tijdens de les
Ik vond hem erg lelijk en ook helemaal niet eng en besloot om thuis overnieuw te beginnen.
Eerst heb ik met mijn kroontjespen wat verschillende technieken uitgeprobeerd. Daarna probeerde ik een enge oogvorm te maken. Ook besloot ik hier om een ruimte omvattend beeld te maken.
Vervolgens ben ik op een nieuw vel met het oog en de buitenlijn van de kop begonnen. Verder heb ik een paar vage lijnen neergezet waar ik wilde dat de huidplooien zouden komen zodat ik later wat meer houvast zou hebben. Het oog heb ik voor de compositie expres niet precies in het midden gedaan om het beeld minder statisch te maken.
Op dit punt besloot ik om verschillende patronen uit te proberen en om vormen van grote te laten verschillen om zo diepte, contrast en textuur een te brengen. hier kon ik ook meer kleurnuances aanbrengen. De beleving van de huid van een reptiel beschouw ik als eng, daarom heb ik daar mijn focus op gelegd.
Als laatste stap ben ik alles gaan arceren, de iris om de pupil heen. Dikker en strakker op elkaar in de donkere en diepe gebieden en lichter en verder van elkaar in de gebieden die wat meer uitsteken om nog meer diepte en contrast toe te kunnen voegen. Als allerlaatste ben ik met een vochtig wattenstaafje over de donkerdere gebieden heen gegaan, maar behalve dat het wat donkerder werd doordat het papier vochtig werd zag ik niet veel verschil en ben ik daar snel mee opgehouden.
Wat vind je geslaagd? leg uit.
Ik vind vooral de laatste stap erg geslaagd, het arceren heeft het beeld voor mijn gevoel veel meer echtheid gegeven, het verbaasde mij hoeveel leven ik erin kon brengen door simpelweg streepjes dichterbij en verder van elkaar te zetten.
Wat kon beter?Waarom?
Het oog vind ik niet rond genoeg, hij is iets te ovaal naar beneden toe geworden en de arcering in het oog vind ik te streperig geworden. De lichtere kleuren had ik liever lichter gehad, maar dat is mij vanwege de onvoorspelbaarheid van de inkt niet gelukt. Ik had duidelijkere contrasten willen maken tussen die dieper gelegen huid en de oppervlakkige huid. Ik had ook minder verschillende patronen moeten gebruiken, het is nu een beetje druk geworden en ik denk dat het beeld enger was geworden als ik dat niet had gedaan.
Bronvermelding
Jakobse, A.,& Onna,J van (2013) Laat maar zien. Groningen: Noordhoff Uitgevers
Bronvermelding
Jakobse, A.,& Onna,J van (2013) Laat maar zien. Groningen: Noordhoff Uitgevers







Geen opmerkingen:
Een reactie posten